Gemeentelijke schuld loopt op door hogere investeringen
Gemeenten investeerden fors meer in onder meer wegen, bruggen, scholen en riolering. De netto-investeringen bedroegen ruim € 5,1 miljard. Een positief exploitatieresultaat van € 2,7 miljard kon een belangrijk deel daarvan financieren, maar voor het resterende bedrag moesten gemeenten extra lenen. De investeringen zorgden ervoor dat de reële waarde van gemeentelijke kapitaalgoederen per inwoner met 3 procent toenam. Daarmee werd een deel van de achterstand ingehaald die in eerdere jaren door relatief lage investeringen was ontstaan.
De hogere investeringen hebben wel gevolgen voor de schuldpositie. De netto schuld steeg van € 31,9 miljard eind 2023 naar € 36,1 miljard eind 2025, gemiddeld € 1.991 per inwoner. De gezamenlijke solvabiliteit bleef met 39,6 procent vrijwel onveranderd. Bij 21 gemeenten ligt deze echter onder de 20 procent. De belangrijkste uitdaging wordt daarmee niet alleen hoeveel gemeenten investeren, maar vooral of toekomstige inkomsten voldoende ruimte bieden voor rente, aflossingen én noodzakelijke vervangingsinvesteringen.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op site VNG.