Kabinet scherpt regels aan voor decentralisatie van overheidstaken
Het kabinet wil een einde maken aan de onduidelijkheid rond de overheveling van rijkstaken naar gemeenten en provincies. In een nieuw beleidskader stelt minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken dat decentralisatie voortaan alleen plaatsvindt wanneer gemeenten voldoende ruimte krijgen om zelf beleid te maken én over voldoende financiële middelen beschikken om de taken uit te voeren.
Aanleiding zijn de ervaringen met eerdere decentralisaties, met name in het sociaal domein. Gemeenten kregen er de afgelopen jaren omvangrijke verantwoordelijkheden bij, terwijl zij regelmatig aangaven dat de beschikbare budgetten tekortschoten en de beleidsvrijheid beperkt was. Volgens het kabinet moeten nieuwe taken daarom alleen lokaal worden belegd wanneer zij aansluiten bij de schaal, expertise en bestuurlijke afwegingsruimte van gemeenten. Ontbreekt die beleidsvrijheid, dan ligt uitvoering door het Rijk of – wanneer een grotere schaal nodig is – door provincies meer voor de hand.
Met het nieuwe kader kiest het kabinet voor een meer principiële benadering van decentralisatie. Niet het overhevelen van taken staat centraal, maar de vraag welk bestuursniveau een publieke taak het meest doelmatig, democratisch en uitvoerbaar kan organiseren. Daarmee wil het kabinet de kwaliteit van de uitvoering én de bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden versterken.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op binnenlandsbestuur.nl.