Kijk voor échte stand van het land naar lange reeksen
Doorwerking op economie
De meeste lezers zullen misschien nog wat glazig kijken, dus laat me het verschil uitleggen aan de hand van het zojuist verschenen Centraal Economisch Plan 2026 (CEP) van het CPB. Het CEP – geen plan overigens, maar een prognose – volgt ditmaal op het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet en laat zien hoe dat doorwerkt in de economie en op de begroting.
Een paar voorbeelden: de uitgaven aan sociale zekerheid, de grootste post in de begroting, stijgen van 2025 naar 2030 met €13 mrd. Dat getal is gecorrigeerd voor inflatie. Over dezelfde periode stijgen de uitgaven aan defensie met €12,7 mrd en die aan zorg met €10,6 mrd
Maar het nieuwe kabinet bezuinigt toch juist op sociale zekerheid en zorg? Dat klopt. Maar de cijfers hierboven laten de horizontale ontwikkeling zien, de stijging van de uitgaven over de jaren heen. Daarin is al verwerkt dat het kabinet een aantal zaken heeft gewijzigd ten opzichte van het bestaande beleid. De CPB-analyse van het coalitieakkoord uit februari laat zien dat het kabinet in 2030 €2,5 mrd minder uitgeeft aan sociale zekerheid en bijna €8 mrd minder aan zorg. Dat is de verticale ontwikkeling. Er wordt dus, ten opzichte van de plannen van het vorige kabinet, juist minder ‘meer’ uitgegeven.
Jarenlange ontwikkelingen
Wat zeggen al die bedragen eigenlijk? Om die vraag te beantwoorden, is het nuttig te kijken naar het aandeel van de overheidsuitgaven in de totale economie. Mijn favoriete bijlagen bij het CEP zijn de zogenoemde lange reeksen, waarin te zien is hoe de economie en de overheidsfinanciën zich over een reeks van jaren ontwikkelen.
Zo zijn de totale overheidsuitgaven gedaald van 48,2% van het bbp in 1996 naar 42,4% in 2019, maar nemen die inmiddels weer toe, tot 46,5% van het bbp in 2030. Anders dan soms gedacht, zijn de kosten van het overheidsapparaat zelf vrij constant: de post ‘openbaar bestuur’ daalde van 10,1% van het bbp in 1996 naar 8,8% in 2019 en bedraagt 9,5% in 2030.
[....]