Bezuinigen op de rekenkamer is een dure vergissing
Nu steeds meer gemeenten voor moeilijke financiële keuzes staan, dreigt ook de rekenkamer het doelwit te worden van bezuinigingen. Zo kondigen zowel Pijnacker-Nootdorp als Utrecht aan fors te willen snijden in het budget van hun rekenkamer. Volgens Peter Castenmiller is dat een opmerkelijke en weinig doordachte keuze. De rekenkamer is immers geen kostenpost, maar een investering in beter bestuur.
Castenmiller wijst erop dat rekenkamers na de invoering van het dualisme jarenlang hebben moeten bewijzen dat zij daadwerkelijk waarde toevoegen aan de controlerende rol van de gemeenteraad. Inmiddels hebben veel rekenkamers die positie verworven. Door onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van gemeentelijk beleid leveren zij een belangrijke bijdrage aan transparantie en goed bestuur.
Juist daarom vindt hij het wrang dat gemeenteraden nu op deze functie willen bezuinigen. Volgens Castenmiller raakt een dergelijke maatregel niet de gemeenteraad zelf, maar verzwakt zij juist het instrument dat de raad helpt zijn controlerende taak goed uit te voeren. Wie bezuinigt op onafhankelijk toezicht, loopt het risico dat fouten later veel duurder uitpakken. De vraag is daarom niet hoeveel een rekenkamer kost, maar hoeveel goed bestuur een gemeente zich waard acht.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op gemeente.nu.